Misschien heeft u ook een flyer ontvangen. Of bent u benieuwd wat we met de flyer willen bereiken? Lees het hier.
Verderop vindt u een aantal veelgestelde vragen. Heeft u nog aanvullende vragen of wilt u iets anders weten? Vul dan het contactformulier in. We geven u zo snel mogelijk antwoord.

Over de flyer
Als Platform Zorg voor Leven vinden we het belangrijk dat er in Nederland over abortus wordt gesproken. Het moet geen gewoon onderwerp zijn, of worden. Het is goed om met elkaar na te denken over de beste zorg voor moeder en kind. Dat willen we bereiken met de Week van het Leven. We willen laten zien dat abortus geen echte oplossing is. Er zijn zoveel andere, goede manieren waarop een ongewenst zwangere vrouw geholpen kan worden! Met een abortus help je een vrouw niet op de lange termijn en wordt het leven van een kind afgebroken. Maar veel Nederlanders weten niet of er wel een andere oplossing is. Of welke verdrietige verhalen er achter een abortus schuil kunnen gaan. Daarom willen we graag dat de samenleving weer gaat praten en nadenken over abortus. Eerder deden we dit via radiocommercials. Dit jaar willen we een flyer huis-aan-huis laten verspreiden onder zoveel mogelijk mensen in Nederland. Zo kun je als ontvanger nog eens rustig nadenken over dit moeilijke thema.

Goed dat u naar de website bent gekomen om meer te weten te komen over deze flyer. Hieronder vindt u veelgestelde vragen over de boodschap van de flyer. Andere vragen kunt u stellen via het contactformulier.

Waarom hebben jullie het over de moeder en het kindje, en niet over de vrouw, haar zwangerschap, een klompje cellen of een foetus?

Mensen hebben het vaak over het ‘moeder worden’. Maar eigenlijk is de vrouw al moeder vanaf het moment dat het kind bestaat. Dat moment heet de bevruchting.

Laten we uitleggen waarom we zo precies willen zijn in onze woordkeus. Embryo en foetus zijn op zichzelf prima termen om, afhankelijk van de context, te gebruiken. Embryo zou je kunnen terugvinden in een biologieboek wanneer het gaat over dat prille stadium van menselijke ontwikkeling. Een arts zou kunnen uitspreken dat ‘de foetus er gezond uitziet’. Maar wanneer de context verandert, kan dezelfde woordkeus neerkomen op wat we noemen: verhullend taalgebruik.

De moeder verloor haar foetus’, klinkt bijvoorbeeld al wat vreemd in de oren. Termen die naar onze leeftijd verwijzen, worden normaal gesproken namelijk gebruikt wanneer de context daarom vraagt, bijvoorbeeld hier: ‘Pubers kunnen opstandig zijn naar hun ouders.’ Maar diezelfde termen worden als vreemd ervaren wanneer de context gaat over de relatie, bijvoorbeeld hier: ‘Mijn puber ligt momenteel in het ziekenhuis.’ Het woord kind ligt bij deze context voor de hand. Tenzij je links- of rechtsom de relationele band wilt verhullen. Zo zijn ook uitspraken als ‘De foetus wordt uit de baarmoeder verwijderd’ wat ons betreft een verwijdering van de werkelijkheid: het klinkt minder erg. Termen als foetus en embryo zijn fases in de ontwikkeling van een kind, net als baby, peuter, schoolkind en puber dat zijn.

Het valt ons op dat er rond het thema ‘abortus’ vaak nog verhullender taalgebruik wordt gebezigd. Men heeft het dan over een vruchtje, het vruchtblaasje, klompjes cellen, zwangerschapsweefsel of simpelweg over ‘het’. Wij vragen ons af waarom er niet, zoals verloskundigen en moeders in blijde verwachting dat doen, een objectief beeld wordt gegeven over de status van het ongeboren leven. Zij hebben het vaak gewoon over ‘het kind’ of ‘de baby’.

Dit betekent trouwens niet dat we met opzet schokkende woorden gebruiken. We willen de ongeboren kinderen hun menselijkheid juist niet ontnemen met ons taalgebruik. Zeker niet op de momenten dat het er het meest toe doet!

Wil je meer weten over de ontwikkeling van een kindje in de baarmoeder? Bekijk dan de filmpjes hierover op onze mediapagina.

30.000 abortussen per jaar. Dat is veel! Weten jullie dat wel zeker?

Ja, dat weten we omdat het Ministerie van VWS jaarlijks een rapportage uitbrengt waarin onder meer wordt meegenomen hoeveel abortussen er in een kalenderjaar hebben plaatsgevonden. De afgelopen jaren lag dat steeds rond de 30.000 met een geleidelijke daling in de categorie Nederlandse ingezetene vrouwen. Omdat het aantal abortussen onder buitenlandse vrouwen – die naar Nederland komen omdat abortus (in hun stadium van zwangerschap) niet legaal is in hun eigen land – stijgt, blijft het totale abortuscijfer ongeveer gelijk.

Wil je meer informatie over de cijfers achter abortus? Bekijk dan de filmpjes hierover eens…

Maar er zijn ook vrouwen die vrijwillig voor abortus kiezen. Toch?

Dat ontkennen we zeker niet. Toch denken we dat veel vrouwen niet voor abortus zouden kiezen als ze meer steun zouden krijgen en minder vaak (in)direct onder druk worden gezet.

We hebben een paar voorkomende problemen op een rij gezet:

  • Druk van partners

Steeds meer vrouwen komen naar buiten met hun verhaal over de druk die ze ervaren van hun partners, zowel fysiek als geestelijk. Vaak wordt het verbreken van de relatie gebruikt als dreigmiddel om de vrouw te dwingen tot een abortus, terwijl ze het eigenlijk niet wil. Ze moet dan kiezen tussen haar relatie en haar ongeboren kind. Na de keuze voor abortus wordt de relatie vaak alsnog verbroken.

  • Culturele druk

Soms gaat het om vrouwen die vooraf al weten dat er grote problemen zullen ontstaan als familie de zwangerschap ontdekt. Om die reden kiezen ze maar snel voor een abortus.

  • Onvoldoende steun van partners

Het komt voor dat de vrouw te weinig steun vindt bij haar partner, waardoor de keuze voor abortus sneller gemaakt wordt. Ondanks een kinderwens vinden vrouwen het vaak moeilijk om voor het kind te kiezen als de vader er niets van wil weten.

Deze trend zien we ook in de laatste ‘Evaluatie Wet Afbreking Zwangerschap’, die alweer uit 2005 stamt. Daarin is onderzocht welke reden(en) vrouwen doorgaans hebben voor hun abortuswens. Vijftien procent van de ondervraagde vrouwen die naar een abortuscentrum ging, gaf (mede) als reden dat de partner het kind niet wil. In ziekenhuizen betrof dit 25 procent. Wat als die partners het kind wél hadden gewild?

  • Druk van familie

Ook (schoon)familie kan een vrouw onder druk zetten om abortus te plegen. In de al genoemde Evaluatie Wet Afbreking Zwangerschap werd door  ongeveer 10 procent procent als reden opgegeven: de ouders willen de zwangerschap niet. Hierin zijn waarschijnlijk geen vrouwen meegenomen die vanwege culturele druk overgaan tot abortus, omdat verwacht kan worden dat deze reden niet altijd op tafel komt tijdens het onderzoek.

Uit onderzoek van kenniscentrum Rutgers blijkt dat een deel van de zwangere vrouwen onder druk wordt gezet door haar omgeving met betrekking tot haar beslissing over het al dan niet uitdragen van de zwangerschap. Naast ouders, schoonouders en partner waren er in enkele gevallen ook zorg- of hulpverleners die druk uitoefenden op het meisje om de zwangerschap af te breken.

  • Geldzorgen

Voor veel vrouwen zijn geldzorgen een belangrijke reden om te kiezen voor abortus. Uit de ‘Evaluatie Wet Afbreking Zwangerschap’, die alweer uit 2005 stamt, blijkt dat het de meest genoemde reden is. Daarin is onderzocht welke reden(en) vrouwen doorgaans hebben voor hun abortuswens. Vrouwen die naar een abortuscentrum of het ziekenhuis gingen voor abortus, gaven in respectievelijk 46,7 en 50 procent van de gevallen aan dat financiële reden meespeelde.

  • Spijt

Een deel van de vrouwen kampt na abortus met spijt na hun abortus. Hoewel onderzoekers soms twisten over de exacte oorzaken en aantallen, bestaat er over het voor komen van spijt na abortus geen meningsverschil. Dit gezondheidsrisico kunnen mensen vooraf vaak niet goed inschatten omdat het acute (korte termijn) probleem waar ze voor staan teveel is om te overzien. Wanneer een vrouw kan rekenen op lange termijn steun, verwachten wij dat veel minder van hen overgaan tot abortus.

  • Fysieke en mentale gevolgen

Deze redenen zien we terug in de hulpverlening, in anonieme verhalen op internet, maar ook in wetenschappelijk onderzoek en de hierboven al genoemde Wet Afbreking Zwangerschap. Dat zet ons aan het denken: als we een andere oplossing zouden kunnen vinden voor deze problemen, zouden er veel minder abortussen plaatsvinden in Nederland. Abortus is niet altijd de beste oplossing, ook al lijkt het op de korte termijn wel zo te zijn. Wij vinden het belangrijk om een moeder én haar kindje niet in de kou te laten staan.

Krijgen vrouwen echt te weinig informatie over mogelijke hulp bij het uitdragen van de zwangerschap? Daar zijn toch gewoon officiële eisen voor?

In de wet en het bijbehorende besluit is inderdaad de eis opgenomen dat onbedoeld zwangere vrouwen geïnformeerd moeten worden over andere oplossingen voor hun noodsituatie dan het afbreken van de zwangerschap. In de praktijk wordt echter een ander beeld zichtbaar.

Uit de meest recente Evaluatie Wet Afbreking Zwangerschap blijkt dat alternatieven door zowel het abortuscentrum als het ziekenhuis nauwelijks worden besproken. Met slechts 38% (abortuscentrum) en 23% (ziekenhuis) werd besproken hoe het leven van de vrouw eruit kon zien als de zwangerschap wordt uitgedragen. Over adoptie werd met 15-16% gesproken en de mogelijkheid van steun uit de omgeving en/of van professionals, tijdens en na de zwangerschap, slechts respectievelijk met 11 en 7 procent.

Over alternatieve oplossingen voor de noodsituatie van de vrouw wordt in het abortuscentrum en het ziekenhuis – ondanks de wettelijke informatieplicht van de arts in artikel 5 van de Wafz – dus niet altijd gesproken. Volgens de richtlijn van de artsen is het op dit moment genoeg als ze aan de vrouw vragen of ze alternatieven heeft overwogen en of ze daar informatie over wenst. Maar hoe moet je weten of je informatie wilt over iets waarvan je het bestaan niet kent?

Als reden voor het niet informeren over alternatieven geven artsen aan dat de meeste vrouwen die zich aanmelden bij een abortuscentrum al besloten hebben om de zwangerschap af te breken. Daardoor is het volgens de richtlijn ‘aannemelijk’ dat alternatieven als adoptie en specifieke ondersteuning bij en na de zwangerschap, voor de meeste vrouwen op dat moment geen overweging waard zijn.

Uit onderzoek blijkt dat vrouwen vaker van keuze veranderen als ze verschillende opties met hun huisarts bespreken. Ze veranderen juist minder vaak van keuze als ze meteen verwezen worden naar een abortuscentrum. In de onderzoeksperiode bleek tevens dat slechts 41% van de twijfelende vrouwen tijdens het gesprek alternatieven voor abortus te horen kreeg.

Wij vinden het belangrijk dat vrouwen altijd geïnformeerd worden over alternatieven voor abortus, zodat zij die informatie mee kunnen nemen in hun overwegingen.

Waarom vinden jullie de embryo en foetus zo belangrijk?

Wetenschappers zijn het erover eens dat het individuele leven biologisch gezien begint bij de bevruchting. Dat is het moment dat de eicel samensmelt met de zaadcel. Daarna “gebeurt” er dan ook niets meer. Alles is vanaf dat moment een automatisch proces van menselijke ontwikkeling. Wetenschappelijk gezien is hier geen speld tussen te krijgen. Men kan alleen nog filosoferen over de vraag wanneer zo’n menselijk wezen dan rechten dient te krijgen en beschermwaardig wordt. Wij stellen die grenzen gelijk aan het wetenschappelijk bewezen eerste moment van menselijk leven.

Jullie zeggen dat er bij vijf weken in de baarmoeder al een hartslag aanwezig is in het kindje. Kunnen jullie dat bewijzen?

Ja. Binnen de medische wetenschap bestaat er geen verschil van mening over het feit dat een ongeboren mens zo’n drie weken na de bevruchting een hartslag heeft. In de volksmond spreken we dan wél over vijf weken zwangerschap, omdat artsen de zwangerschapsduur berekenen vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie, wanneer een vrouw feitelijk nog niet zwanger is.

Wat is het bewijs dat na elf weken alle organen van het kindje in beginsel zijn gevormd?

Ook daar is wetenschappelijk bewijs voor. Websites met informatie over de ontwikkeling van ongeboren kinderen, schrijven hier openlijk over. Let wel op dat deze websites meestal de tijdsaanduiding van de ‘zwangerschap’ aangeven en niet de tijd sinds de bevruchting. Daarom kom je deze informatie vaak tegen bij de informatie voor week 12 of 13 (van de zwangerschap).

Lees hier meer over de ontwikkeling van een kindje, of bekijk deze filmpjes.

Jullie willen dat er samen met de moeder wordt gewerkt aan oplossingen die goed zijn voor haar én haar kindje. Hoe willen jullie dat doen?

Ook christelijke hulporganisaties ondervinden dat vrouwen die alternatieven krijgen aangereikt vaker voor het kindje gaan. Wanneer een vrouw vlak voor haar abortusafspraak toch voor het kindje gaat, omdat een hulporganisatie haar heeft weten te bereiken met morele en/of financiële steun, zoals in dit geval, dan noemen wij dat positief. Zowel de moeder als haar kind worden daarmee geholpen. En zo zijn er nog meer mogelijkheden, zoals hulp bij huisvesting, hulp bij huiselijk geweld, hulp bij relatieproblemen en bij legio andere oplosbare problemen die zonder aanpak een gewenst moederschap blokkeren.

En, eerlijk is eerlijk, ook vrouwen die wel tevreden zijn met hun keuze voor abortus denken wij een betere weg te kunnen bieden. Dat is niet alleen omdat we geloven dat het kind in de baarmoeder een recht op leven heeft. Een deel van de vrouwen kampt na abortus met spijt na hun abortus. Hoewel onderzoekers soms twisten over de exacte oorzaken en aantallen, bestaat er over het voor komen van spijt na abortus geen meningsverschil. Dit gezondheidsrisico kunnen mensen vooraf vaak niet goed inschatten omdat het acute (korte termijn) probleem waar ze voor staan teveel is om te overzien.

Wanneer een vrouw kan rekenen op langetermijnsteun, verwachten wij dat veel minder van hen overgaan tot abortus. Daar willen we graag voor gaan.

Heb jij zelf hulp nodig? Neem dan contact op met Er is hulp of een andere hulpverlener die je kan helpen.

Taboe, taboe… jullie zorgen er toch voor dat abortus een taboe is?

Hoe gek het misschien klinkt: steeds meer vrouwen komen ervoor uit dat ze zich niet gesteund voelen wanneer ze bijvoorbeeld vertellen spijt te hebben van hun abortus. Er is kennelijk een taboe op het idee dat abortus niet de juiste keuze bleek te zijn. Vanwege die tegenreactie doen veel vrouwen hun verhaal liever anoniem. Daarover kun je hier meer lezen.

Wie of wat is het 'Platform Zorg voor Leven’?

Het Platform Zorg voor Leven is een verband van ideële organisaties dat bij de regering en het parlement en binnen de sector zorg en welzijn opkomt voor het menselijk leven in alle levensfasen vanaf de conceptie (bevruchting).

Dit houdt in: de beschermwaardigheid van het menselijk leven. Die beschermwaardigheid komt tot uitdrukking in zorg voor en begeleiding van de totale mens, in lichamelijk, psychisch en geestelijk opzicht, en in het bijzonder voor hen die door hun ziekte, handicap of wilsonbekwaamheid niet of onvoldoende voor zichzelf kunnen opkomen; de intentie tot beëindiging van het leven wordt als onaanvaardbaar afgewezen.

Klik hier voor meer informatie.

Kan ik ook iets doen om te helpen?

Graag! Je kunt ons financieel steunen door een gift te schenken voor de campagne. Daarmee kunnen we het geluid voor het leven nóg sterker laten horen.

Ik ken iemand in mijn omgeving die ongewenst zwanger is. Hoe kan ik haar helpen?

Luisteren is het sleutelwoord. Je kunt altijd contact opnemen met Er is hulp om te vragen wat het beste is in die situatie. Zij hebben dagelijks te maken met ongewenst zwangere vrouwen en kunnen verschillende oplossingen bieden.