Misschien heb je ook een flyer ontvangen of heb je op een andere manier kennis genomen van onze boodschap. Hieronder vindt u veelgestelde vragen over de boodschap van de flyer.

Heeft u de flyer niet gehad?

De flyer zat in een ingeseald folderpakket van Spotta, waardoor we merken dat sommige mensen de folder over het hoofd hebben gezien.

De folder is verspreid in de periode van 8 tot en met 12 november jl.

In sommige landelijke buitengebieden is de folder niet verspreid omdat de verspreider daar niet bezorgt.

Om mensen in die gebieden toch te bereiken, is zaterdag 10 november een advertentie geplaatst in de kranten Parool, het AD en aanverwante kranten en de Telegraaf.

Helaas wel. Dat weten we omdat het Ministerie van VWS jaarlijks een rapportage uitbrengt waarin onder meer wordt meegenomen hoeveel abortussen er in een kalenderjaar hebben plaatsgevonden. De afgelopen jaren lag dat steeds rond de 30.000 met een geleidelijke daling in de categorie Nederlandse ingezetene vrouwen. Omdat het aantal abortussen onder buitenlandse vrouwen – die naar Nederland komen omdat abortus (in hun stadium van zwangerschap) niet legaal is in hun eigen land – stijgt, blijft het totale abortuscijfer ongeveer gelijk.

Wil je meer informatie over de cijfers achter abortus? Bekijk dan de filmpjes hierover eens…

Mensen hebben het vaak over het ‘moeder worden’. Maar eigenlijk is de vrouw al moeder vanaf het moment dat het kind bestaat. Dat moment heet de bevruchting.

Laten we uitleggen waarom we zo precies willen zijn in onze woordkeus. Embryo en foetus zijn op zichzelf prima termen om, afhankelijk van de context, te gebruiken. Embryo zou je kunnen terugvinden in een biologieboek wanneer het gaat over dat prille stadium van menselijke ontwikkeling. Een arts zou kunnen uitspreken dat ‘de foetus er gezond uitziet.’ Maar wanneer de context verandert, kan dezelfde woordkeus neerkomen op wat we noemen: verhullend taalgebruik.

De moeder verloor haar foetus’, klinkt bijvoorbeeld al wat vreemd in de oren. Termen die naar onze leeftijd verwijzen, worden normaal gesproken namelijk gebruikt wanneer de context daarom vraagt, bijvoorbeeld hier: ‘Pubers kunnen opstandig zijn naar hun ouders.’ Maar diezelfde termen worden als vreemd ervaren wanneer de context gaat over de relatie, bijvoorbeeld hier: ‘Mijn puber ligt momenteel in het ziekenhuis.’ Het woord kind ligt bij deze context voor de hand. Tenzij je links- of rechtsom de relationele band wilt verhullen. Zo zijn ook uitspraken als ‘De foetus wordt uit de baarmoeder verwijderd’ wat ons betreft een verbloeming van de werkelijkheid: het klinkt minder erg. Termen als foetus en embryo zijn fases in de ontwikkeling van een kind, net als baby, peuter, schoolkind en puber dat zijn.

Het valt ons op dat aborteurs rond het thema ‘abortus’ vaak heel verhullend taalgebruik gebruiken. Ze hebben het dan over een vruchtje, het vruchtblaasje, klompjes cellen, zwangerschapsweefsel of simpelweg over ‘het’. Wij vragen ons af waarom er niet, zoals verloskundigen en moeders in blijde verwachting dat doen, een objectief beeld wordt gegeven over de status van het ongeboren leven. Zij hebben het vaak gewoon over ‘het kind’ of ‘de baby’.

Het eerlijk benoemen van de ontwikkeling van het kind voorkomt dat een vrouw een abortus ondergaat op basis van onvolledige informatie. Petra van 64 vertelde in de Margriet dat zij – zelfs veertig jaar na haar abortus – nog steeds een intens schuldgevoel heeft omdat ze ‘iets wat leefde doodgemaakt heeft’. Ze probeerde na de abortus door te gaan alsof er niets was gebeurd, maar haar hart was ‘verbrijzeld’. Ook beschrijft ze dat het ‘veel, veel meer’ was dan een klompje cellen.

Dit betekent overigens niet dat we met opzet schokkende woorden gebruiken. We willen de ongeboren kinderen hun menselijkheid juist niet ontnemen met ons taalgebruik. Zeker niet op de momenten dat het er het meest toe doet!

Wil je meer weten over de ontwikkeling van een kindje in de baarmoeder? Bekijk dan de filmpjes hierover op onze mediapagina.

Dat verzinnen we niet zelf. Kenniscentrum Fiom stelt dat 1 op de 10 vrouwen aangeeft dat de abortus niet haar eigen besluit was en 1 op de 5 vrouwen ervaart te worden gestuurd in haar besluit door mensen in haar omgeving. En: steeds meer vrouwen komen naar buiten met hun verhaal over de druk die ze ervaren hebben van hun partners. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Marije en Jiska eens, of kijk op onze verhalenpagina. Vaak wordt het verbreken van de relatie gebruikt als dreigmiddel om de vrouw te dwingen tot een abortus. Uit ervaring vanuit onze hulpverlening weten we dat de relatie vaak na de abortus alsnog verbroken wordt of een stevige knauw krijgt nadat de vrouw een abortus onder druk onderging.

Ook komt het voor dat dat de vrouw te weinig steun vindt bij haar partner, waardoor de keuze voor abortus sneller gemaakt wordt. Ondanks een kinderwens vinden vrouwen het vaak moeilijk om voor het kind te kiezen als de vader er niets van wil weten. Ze moet dan kiezen tussen haar relatie en haar ongeboren kind.

Er zijn ook situaties waarin de (schoon)familie een vrouw onder druk zet om abortus te plegen. Onder meer uit de Evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap blijkt dat een deel van de zwangere vrouwen onder druk wordt gezet door haar omgeving met betrekking tot haar beslissing over het al dan niet uitdragen van de zwangerschap.

Niet alleen ervaringsverhalen, maar ook onderzoeken tonen aan dat vrouwen soms onder druk of dwang een abortus ondergaan. Ongeveer een op de zeven vrouwen (dat zijn omgerekend zo’n 4.000 vrouwen per jaar!) ervaren druk vanuit de omgeving, zo blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS. Deze vrouwen wilden hun zwangerschap uitdragen, maar waren niet in staat om weerstand te bieden tegen de druk van de vader, de familie of andere naasten. Na een relatief lange besluitvormingsperiode kiezen deze vrouwen uiteindelijk toch voor een abortus, hoewel ze daar niet (helemaal) achter staan. Vlak voor de behandeling denken zij er soms nog over na om de abortus niet door te laten gaan.

Wij vragen ons oprecht af: wat blijft er bij abortus onder druk of dwang over van de veelgeroemde keuzevrijheid? Hoeveel keuze heb je als je onder druk of dwang een abortus ondergaat, of je niet gesteund weet door je omgeving om voor je kindje te kiezen? Waarom horen we hier zo weinig over? En wat zou er gebeuren als die partners of de familie het kind wél hadden gewild en de vrouw voluit steunen? Dan kan de vrouw voor haar kind kiezen.

En nog een relevante vraag: hoe kan het gebeuren dat er zoveel abortussen onder dwang plaatsvinden bij abortusklinieken? De wet verbiedt abortussen onder druk en dwang immers?

Gelet op het grote aantal vrouwen dat zich onder druk van anderen over gaat tot een abortus, willen wij dat iedere vrouw er tijdens het intakegesprek in de abortuskliniek expliciet op wordt gewezen dat zij het recht heeft om haar zwangerschap uit te dragen en dat niemand haar mag dwingen om een abortus te ondergaan. Ze heeft de wet aan haar kant: het proberen om haar tot een abortus dwingen is een strafbaar feit. Vrouwen kunnen hier aangifte van doen, ook nadat de abortus al heeft plaatsgevonden. Daarnaast willen we dat de vrouw erop gewezen wordt dat zij hulp kan krijgen, zowel bij het uitdragen van de zwangerschap als erna.

Dat weten we allereerst uit de vele ervaringsverhalen van vrouwen die bij ons aankloppen voor hulp. Daarnaast zijn er in de media ook andere verhalen verschenen. Zo ook het verhaal van Saskia, die daarover in een uitzending vertelt:

‘Mijn vriend zei: “Het is financieel niet haalbaar en ik zit er niet op te wachten.” Wat ik er van vond, was eigenlijk niet belangrijk. Ik was stilletjes wel blij dat ik zwanger was, want ik ben gek op kinderen. In eerste instantie had ik zoiets van: ik ga er gewoon alles aan doen om de baby te houden. Wij hebben die baby uit liefde gemaakt, dan vind ik financiën geen gegronde reden. Ik denk dat er voor de partner ook ruimte moet zijn voor gesprekken, om ook een ander beeld te laten zien, van: hè, het kan ook anders.’

Bij de ‘Evaluatie Wet afbreking zwangerschap’ is onderzocht welke reden(en) vrouwen doorgaans hebben voor hun abortusverzoek. Hieruit blijkt dat veel vrouwen niet zozeer een abortus ondergaan omdat ze het kindje niet willen, maar vanwege problemen in hun persoonlijke situatie.

De meest genoemde belangrijkste reden om te kiezen voor abortus is financiën. Ongeveer de helft van de vrouwen geeft aan dat er financiële redenen bij de abortusbeslissing meespeelden. Voor ongeveer 1 op de 8 vrouwen (omgerekend zo’n 3.500 vrouwen) was dit zelfs de belangrijkste reden. Daarnaast noemen vrouwen ook andere redenen. Welke redenen vrouwen nog meer noemen en hoe vaak, kun je zien in onderstaande tabel.

Volgens de wet mag een abortus alleen uitgevoerd worden in een onontkoombare noodsituatie. Bij een noodsituatie denken we aan iemand die in direct gevaar verkeert. Als het leven van de moeder in gevaar is, dan is er sprake van zo’n noodsituatie. Maar geldt dit voor alle redenen? Veel van de genoemde redenen zijn – al dan niet met hulp van anderen – oplosbaar. Dit onderstreept voor ons de noodzaak voor betere hulp en steun aan onbedoeld zwangere vrouwen.

In de wet en het bijbehorende besluit is inderdaad de eis opgenomen dat onbedoeld zwangere vrouwen geïnformeerd moeten worden over andere oplossingen voor hun noodsituatie dan het afbreken van de zwangerschap. In de praktijk wordt echter een ander beeld zichtbaar.

Uit de meest recente Evaluatie Wet afbreking zwangerschap blijkt dat alternatieven door zowel het abortuscentrum als het ziekenhuis nauwelijks worden besproken. Met slechts 38% (abortuscentrum) en 23% (ziekenhuis) werd besproken hoe het leven van de vrouw eruit kon zien als de zwangerschap wordt uitgedragen. Over adoptie werd met 15-16% gesproken en de mogelijkheid van steun uit de omgeving en/of van professionals, tijdens en na de zwangerschap, slechts respectievelijk met 11% en 7%.

Over alternatieve oplossingen voor de noodsituatie van de vrouw wordt in het abortuscentrum en het ziekenhuis – ondanks de wettelijke informatieplicht van de arts in artikel 5 van de Wet afbreking zwangerschap – dus niet altijd gesproken. Volgens de richtlijn van de artsen is het op dit moment genoeg als ze aan de vrouw vragen of ze alternatieven heeft overwogen en of ze daar informatie over wenst. Maar hoe moet je weten of je informatie wilt over iets waarvan je het bestaan niet kent?

Als reden voor het niet informeren over alternatieven geven artsen aan dat de meeste vrouwen die zich aanmelden bij een abortuscentrum al besloten hebben om de zwangerschap af te breken. Daardoor is het volgens de richtlijn ‘aannemelijk’ dat alternatieven als adoptie en specifieke ondersteuning bij en na de zwangerschap, voor de meeste vrouwen op dat moment geen overweging waard zijn.

Uit onderzoek blijkt dat vrouwen vaker van keuze veranderen als ze verschillende opties met hun huisarts bespreken. Ze veranderen juist minder vaak van keuze als ze meteen verwezen worden naar een abortuscentrum. In de onderzoeksperiode bleek tevens dat slechts 41% van de twijfelende vrouwen tijdens het gesprek alternatieven voor abortus te horen kreeg.

Wij vinden het belangrijk dat vrouwen altijd geïnformeerd worden over alternatieven voor abortus, zodat zij die informatie mee kunnen nemen in hun overwegingen.

Ja, inderdaad! Bij iedere zwangerschap ontstaat nieuw leven en groeit er een uniek mensje. Abortus maakt hier een einde aan. Wij vragen hier aandacht voor, omdat wij de bescherming van ongeboren kinderen belangrijk vinden.

De bescherming van ongeboren kinderen is overigens ook in de wet vastgelegd. In de toelichting op de wet staat daarover: ‘Wij zien daarbij de afbreking van ongeboren menselijk leven als een zo ernstige en ingrijpende maatregel, dat ze alleen kan worden aanvaard, indien de nood van de vrouw haar onontkoombaar maakt. Dit uitgangspunt brengt met zich mee, dat de arts, de vrouw en zij die verder bij de voorbereiding van een beslissing omtrent zwangerschapsafbreking mochten worden betrokken, ieder voor zich, met de grootst mogelijke zorgvuldigheid zullen moeten handelen in het besef van de zware verantwoordelijkheid tegenover ongeboren menselijk leven en van de gevolgen voor de vrouw en de haren.’

Dat klinkt wel iets anders dan een onvoorwaardelijk recht op abortus, waar voorvechters van abortus steeds de nadruk op leggen. Waarom horen we zo weinig over de rechten van het ongeboren kind? Tijdens de Week van het Leven willen wij de stem zijn voor ongeboren kinderen die geen stem hebben…

Nieuw leven begint bij de bevruchting. Op het moment dat de eicel samensmelt met de zaadcel. Vanaf dat moment is er een uniek leven met een eigen DNA-profiel. Jouw DNA is nog steeds hetzelfde als vanaf dag één van je bestaan. Je lichaam is gegroeid, maar de kleur van je ogen, je geslacht en je huidskleur lagen vanaf het begin al vast. Je groeide in de buik van je moeder, maar je was geen onderdeel van je moeder.

Ook embryologen zijn het erover eens dat individueel menselijk leven begint bij de bevruchting van de eicel. Wetenschappelijk gezien is hier geen speld tussen te krijgen. Ter vergelijking: als morgen op Mars een ééncellig organisme wordt ontdekt, dan staat morgen in elke krant ‘Leven op Mars gevonden’. Na deze constatering kun je nog filosoferen over de vraag wanneer een menselijk wezen rechten dient te krijgen en beschermwaardig wordt. Wij stellen die grenzen gelijk aan het wetenschappelijk bewezen eerste moment van menselijk leven.

Ja. Binnen de medische wetenschap bestaat er geen verschil van mening over het feit dat een ongeboren mens zo’n drie weken na de bevruchting een hartslag heeft. In de volksmond spreken we dan wél over vijf weken zwangerschap, omdat artsen de zwangerschapsduur berekenen vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie, dus wanneer een vrouw feitelijk nog niet zwanger is.

Ook daar is wetenschappelijk bewijs voor. Acht weken na de bevruchting zijn bij het kindje alle organen gevormd (Organogenese). Vanaf dan wordt het kindje om die reden een foetus genoemd. Overigens noemen we een vrouw dan tien á elf weken zwanger. Websites met informatie over de ontwikkeling van ongeboren kinderen schrijven hier openlijk over. Let wel op dat deze websites meestal de tijdsaanduiding van de ‘zwangerschap’ aangeven en niet de tijd sinds de bevruchting.

Wil je meer weten over de ontwikkeling van een kindje? Bekijk dan de filmpjes.

In onze hulpverlening ondervinden we dat vrouwen die alternatieven krijgen aangereikt vaker voor het kindje gaan. Je kunt hier concrete voorbeelden lezen.

Wanneer een vrouw vlak voor haar abortusafspraak toch voor het kindje gaat, omdat een hulporganisatie haar heeft weten te bereiken met morele en/of financiële steun, zoals in dit geval, dan noemen wij dat positief. Zowel de moeder als haar kind worden daarmee geholpen. En zo zijn er nog meer mogelijkheden, zoals hulp bij huisvesting, hulp bij huiselijk geweld, hulp bij relatieproblemen en bij legio andere oplosbare problemen die zonder aanpak een gewenst moederschap blokkeren.

We vinden het niet alleen belangrijk dat het kind in de baarmoeder een recht op leven heeft. Een deel van de vrouwen kampt na abortus met spijt of psychosociale gevolgen. Hoewel onderzoekers soms twisten over de exacte oorzaken en aantallen, bestaat er over het vóórkomen van spijt na abortus geen meningsverschil.